IGP I

(minimale leeftijd hond: 18 maanden)

Onderdelen:

  • Afdeling A – Speuren (min. 70 punten)
  • Afdeling B – Gehoorzaamheid oefeningen (min. 70 punten)
  • Afdeling C – Manwerk (min. 80 punten)

Afdeling A:

Bij het aanmelden moeten de 3 voorwerpen aan de keurmeester getoond worden en moet vermeld worden of de hond de voorwerpen verwijst of apporteert.

De hond moet een spoor met een lengte van ca. 300 passen, gelegd door de geleider, uitwerken. Het spoor bestaat uit drie gedeelten gescheiden door twee hoeken. Op het spoor bevinden zich drie voorwerpen van de geleider. Het eerste voorwerp moet op het eerste spoordeel, het tweede voorwerp op het tweede spoordeel en het derde voorwerp op het eind van het spoor. 
Puntenverdeling: aanzet en eerste gedeelte (27); 1e hoek en tweede gedeelte (27); 2e hoek en derde gedeelte (26); elk voorwerp (10).
De keurmeester bepaald de vorm van het spoor. De aanzet wordt, aan de linker kant, aangegeven door een paaltje. Er moet op gelet worden dat, vooral bij de hoeken, het spoor niet onderbroken wordt.
Het spoor moet uitgewerkt worden met de hond aan een 10 meter lange lijn, bevestigd aan een halsketting of speurtuig. Vrij zoeken is toegestaan waarbij de geleider tenminste 10 meter achter de vrij zoekende hond moet blijven. De hond mag de voorwerpen apporteren of verwijzen. Bij het afmelden dienen de voorwerpen aan de keurmeester getoond te worden.

Afdeling B:

1. Vrij Volgen (15 punten)

Vanuit de beginpositie volgen door de groep, waarna een nieuwe beginpositie wordt ingenomen en het loopprogramma opnieuw uitgevoerd wordt met een los volgende hond.
Tijdens dit loopprogramma wordt de schotproef uitgevoerd.

2. Zit oefening (10 punten)

De los volgende hond moet op commando, na vanuit de beginpositie 10-15 pas rechtuit, snel en recht gaan zitten, zonder dat de geleider zijn tempo verandert of omkijkt. Als de geleider op minimaal 30 pas afstand van de hond is draait deze zich om. Op aangeven van de keurmeester gaat de geleider terug naar zijn hond en neemt de beginpositie in.

3. Af oefening (10 punten)

De los volgende hond moet op commando, na vanuit de beginpositie 10-15 pas rechtuit, snel en recht gaan liggen, zonder dat de geleider zijn tempo verandert of omkijkt. Op minimaal 30 pas afstand van de hond is draait de geleider zich om. Op aangeven van de keurmeester roept de geleider zijn hond voor. De hond moet recht en kort voor de geleider gaan zitten. Na ongeveer 3 seconden moet de hond op commando de beginpositie innemen.

4. Apporteren over de vlakke grond (15 punten)

Met de losvolgende hond wordt het apporteerblok (650 gram) opgehaald en een beginpositie ingenomen. De geleider moet het blok minimaal 10 pas weggooien waarbij de hond, op commando, het blok ophaalt en recht voor de geleider komt zitten. De hond moet het blok vasthouden tot, op commando, het blok afgenomen wordt door de geleider. De oefening wordt afgesloten door de hond, op commando van de geleider, de beginpositie te laten innemen.

5. Apporteren over de haag (15 punten)

Met de losvolgende hond wordt een beginpositie ingenomen bij de haag. De geleider moet het blok (650 gram) ca. 10 pas achter de haag gooien waarna de hond, op commando, over de haag springt, het blok ophaalt, over de haag springt en recht voor de geleider komt zitten. De hond moet het blok vasthouden tot, op commando, het blok afgenomen wordt door de geleider. De oefening wordt afgesloten door de hond, op commando van de geleider, de beginpositie te laten innemen.

6. Vrije sprong over klimschutting (15 punten)

Met de losvolgende hond wordt een beginpositie ingenomen bij de klimschutting. De geleider neemt ca. 4 meter voor de klimschutting plaats, geeft het commando zit aan de hond en loopt zonder hond naar de andere kant van de klimschutting. De geleider geeft het commando hoog en hier, zodat de hond over de schutting springt en recht voor de geleider gaat zitten. Na ca. 3 seconden word het komt voet gegeven zodat de hond terugkomt in basispositie.

7. Vooruit sturen met afleggen (10 punten)

De keurmeester wijst de beginpositie aan. Vanuit de beginpositie gaat de geleider in een gewone pas met los volgende hond in de aangegeven richting. Na 10-15 pas moet de hond, op commando, snel en recht vooruit gaan. De geleider blijft staan. Als de hond tenminste 30 pas van de geleider verwijderd is moet de hond op commando gaan liggen. Op aangeven van de keurmeester wordt de hond opgehaald, waarbij ca. 3 sec. gewacht moet worden tussen het naast de hond gaan staan en de hond in zit brengen en aanlijnen.

8. Afliggen met afleiding (10 punten)

De geleider brengt de aangelijnd volgende hond naar een door de keurmeester aangegeven plaats, neemt de beginpositie in, lijnt de hond af en legt de hond af.
De geleider verwijdert zich minimaal 30 pas van de hond en gaat, in het zicht, met zijn rug naar de hond staan. Tijdens deze oefening wordt door een andere combinatie de oefeningen 1 t/m 6 afgewerkt. Op aangeven van de keurmeester gaat de geleider naar zijn hond, laat hem zitten en lijnt hem na 3 seconden aan. Hierna wordt met aangelijnd volgende hond naar de keurmeester gegaan om zich te melden.

Afdeling C:

1. Revieren (5 punten)

Op aanwijzing van de keurmeester moet de hond, vanuit de beginpositie, op commando van de geleider een slag naar links en rechts (of omgekeerd) revieren naar de pakwerker.
(deze oefening gaat automatisch over in oefening 2)

2. Stellen en aanblaffen (15 punten)

Op aanwijzing van de keurmeester wordt de hond opgehaald bij de pakwerker, aangelijnd en gaat de geleider met de hond in dekking.

3. Vluchtverhindering (20 punten)

De hond aan de lijn volgend aan de lijn op positie afgelegd, ca 5 passen van de pakwerker vandaan. Op aanwijzing van de keurmeester vlucht de pakwerker weg, de hond dient de vlucht te verhinderen. De pakwerker blijft op teken van de keurmeester rustig staan, de hond dient nu direct, zelfstandig of op één commando loslaten en de pakwerker te stellen.

4. Verdediging van de hond vanuit de bewakingsfase (30 punten)

Na de vlucht neemt de pakwerker een neutrale stilstaande positie een en moet de hond lossen. Hierop volgt een bewakingsface van ca 5 seconden en drijft de pakwerker met een aanval op de hond. De hond word ‘gedreigd’ met stokslagen terwijl die die weerd verder vlucht. Op dit moment word extra gelet op zelfverzekerdheid en belastbaarheid van de hond. Hieruit neemt de pakwerker weer een neutrale stilstaande positie aan en word er weer na enkeleseconden gelost. De geleider haalt de hond op en loopt in normale pas weg na aanwijzing van de keurmeester.

5. Verdediging van de hond uit de beweging (30 punten)

De geleider wordt uit het verstek geroepen, neemt een beginpositie in op een aangewezen plaats en neemt deze bij de halsketting. De pakwerker komt uit dekking en loopt in normale pas over het terrein. De geleider beveelt de pakwerker te blijven staan die dit negeert en een frontale aanval uitvoert op de geleider. De geleider zet op aangeven van de keurmeester direct de hond in en blijft staan. Op aanwijzing van de keurmeester stopt de pakwerker de aanval en moet de hond, zelfstandig of op commando, loslaten en de pakwerker stellen.